woensdag 27 oktober 2010

12 * 25.000 Watt: fijn zonnen in de Large Space Simulator

In Nederland is er een onderzoeksfaciliteit waarbij je het gevoel krijgt echt ergens te zijn, namelijk het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk. Groot en met beveiligingsdingen en zo. Het ligt op slechts een half uur rijden van Amsterdam en ik was er nog nooit geweest. Nu was ik toevallig vrij afgelopen maandag en werd ik gewezen op speciale activiteiten in verband met de Oktober Kennismaand[. Hop, in mijn hoogtechnologisch vehicel gestapt (2CV6) en die kant op gereden.

Eigenlijk ging ik voor de speciale rondleiding van 13:00 uur, maar die was al volgeboekt (kon niet van te voren reserveren), echter het verschil met de normale rondleiding zou niet heel erg groot zijn, al wordt dat wel gesuggereerd op de website. Dan die van kwart over twee, sowieso leuk om eens in de Space Expo te kijken.

De Space Expo is er eigenlijk om het publiek bekend te maken met wat er in Nederland gebeurt met ruimtevaart en dat blijkt heel wat te zijn. De ESTEC-basis is de grootste ESA (European Space Agency) basis in Europa waar het gros van de projecten en blauwdrukken voor de Europese ruimtevaart bedacht worden en zich ook het grootste testcentrum bevindt. Dat laatste is wat dat betreft het meest tot de verbeelding sprekend, maar daar kom ik later op terug.

De tentoonstelling in de Space Expo is onderhoudend en hier en daar voorzien van interactieve exhibits en daar hou ik wel van: aanraken die hap! Er wordt vooral gefocusd op wat de ESTEC doet en dat is niet niks. Ontwerp en ontwikkeling van belangrijke delen van de Ariane-raketten en van allerhande satellieten. Vooral gaaf zijn toch wel de grote foto's. Ok, je kunt het ook allemaal op Internet zien, maar een grote afdruk doet toch meer zijn best op de een of andere manier.

De afdrukken van satellietbeelden leren je weer andere dingen, namelijk hoe de beelden door computers (en mensen) geïnterpreteerd worden, zoals golfhoogtes (die zijn meetbaar) om windsnelheden uit te rekenen (via een omweg berekenen dus) en vele andere interpretaties.

Ook is het fijn om echte testsatellieten eens aan te kunnen raken (oh, mocht dat niet?) en van dichtbij te bestuderen. Al die aansluitingen voor connectoren die al eeuwen overjarig zijn, maar vooral ook hoe robuust alles uiteindelijk uitevoerd moet worden. Echte gebruikte satellieten zul je er niet snel tegenkomen, die verbranden in de atmosfeer of worden nog verder buiten de aantrekkingskracht van de Aarde gebracht om daar een beetje als space debris rond te blijven zweven.

Dat laatste is ook het belangrijkste onderdeel van het ESTEC-complex: testen. Sowieso wordt elke satelliet voordat die de lucht in gaat uitvoerig getest, want het is wat lastig om later nog even iets te fixen. Dat testen gebeurt in indrukwekkend grote apparaten en dat is dan ook waar je langs meegenomen wordt als je op de Space Train meegaat.

En om een beetje goed te testen, worden de situaties zoals die zich tijdens de reis en tijdens het verblijf in de ruimte voordoen, nagebootst. Eigenlijk is alles redelijk goed na te bootsen, behalve gewichtsloosheid voor langere tijd. wordt je geleid langs een aantal van de test-installaties. Je mag er helaas niet bij in de buurt komen (iets met clean rooms).

ESTEC Virtual Tour

Gelukkig ontdek ik tijdens het zoeken naar plaatjes de Virtual Tour door het Testcentre. Doen! Erg mooi gedaan. Je mag geen mobiele telefoons en/of camera's meenemen. Om een beeld te schetsen wat de apparaten doen: men bootst de krachten na die tijdens de lancering op de meegenomen goederen uitgeoefend worden, bijvoorbeeld op enorme trilplaten waarbij een kracht vergelijkbaar met een aardbeving van 7,5 op de schaal van Richter na te bootsen is... Of een apparaat waar de satelliet binnenin wordt blootgesteld aan 150 dB (het lawaai tijdens een lancering). En als klap op de spreekwoordelijke vuurpeil: de Large Space Simulator. Dit apparaat bootst te extreme verschillen in de ruimte na. De enorme zonnekracht (door middel van een array van 19 Xenon-lampen van 25.000 Watt per stuk waarbij er 12 tegelijk branden) maar ook de koude. Door de dubbele wanden stroomt vloeibaar stikstof en koelt de ruimte tot -190 graden Celcius. En dat alles uiteraard in een vacuum. Tja, die ruimte.. daar zou ik nou graag eens doorheen gewandeld zijn. Helaas konden we alleen maar van achter plexiglas kijken naar mensen die er in aan het werk waren. Gelukkig stond de 'voordeur' van het enorme apparaat wel open, dus een schuine blik naar binnen was mogelijk.

Naast alle testfaciliteiten voor satellieten, wordt er ook aandacht besteed aan het International Space Station (ISS) en de Europese module. Op de site kun je zien wanneer het ISS over ons heen vliegt. Die kun je dan soms live over je heen zien komen als een heel snel verplaatsende heldere ster die ineens weer weg is. Hij is dan ook in 90 minuten de wereld rond.

Al met al leuk om een keer geweest te zijn. Fijn om weer eens met de neus op de feiten gedrukt te worden: er is heel veel tech-kennis in Nederland, alleen wordt het helaas vaak vergeten of in ieder geval wordt er wat mij betreft te weinig aandacht aan besteed...

Bron: Space Expo, Oktober Kennismaand
Plaatjes: (c) ESA

zaterdag 11 juli 2009

Kleurenfoto's van het Tsarenrijk

Tussen 1904 en 1916 maakte Sergej Prokoedin-gorski (1863-1944) kleurenfoto's van het groot Russisch rijk. Indrukwekkend.

Maar naast het feit dat er geen spijkerbroeken te zien zijn bij de mensen op de foto's en dat er geen asfalt ligt (bijna geen enkele verharde weg), is toch wel dat er geen auto's op de foto's staan. Geen enkele auto wel te verstaan...



(zie ook: http://www.prokudin-gorsky.ru/)

maandag 22 juni 2009

Valse Van Goghs herkend | Kennislink

Valse Van Goghs herkend | Kennislink





Shared via AddThis

Dinosaurs May Have Been Smaller Than Previously Thought

ScienceDaily (2009-06-22) -- The largest animals ever to have walked the face of the earth may not have been as big as previously thought, according to a new article.

dinsdag 9 juni 2009

The Display That Watches You

For decades, engineers have envisioned wearable displays for pilots, surgeons, and mechanics. But so far, a compact wearable display that's easy to interact with has proved elusive.

Researchers at Fraunhofer Institute for Photonic Microsystems (IPMS) have now developed a screen technology that could help make wearable displays more compact and simpler to use. By interlacing photodetector cells--similar to those used to capture light in a camera--with display pixels, the researchers have built a system that can display a moving image while also detecting movement directly in front of it. Tracking a person's eye movements while she looks at the screen could allow for eye-tracking control: instead of using hand controls or another form of input, a user could flip through menu options on a screen by looking at the right part of the screen. The researchers envisage eventually integrating the screen with an augmented-reality system.

Two-way display: This image shows a detailed layout of the Fraunhofer display chip, which combines photodetectors with an organic light-emitting diode display.
Credit: Fraunhofer Institute for Photonic Microsystems

People Who Wear Rose-colored Glasses See More, Study Shows

ScienceDaily (2009-06-06) -- A new study provides the first direct evidence that our mood literally changes the way our visual system filters our perceptual experience suggesting that seeing the world through rose-colored glasses is more biological reality than metaphor.

Why your brain just can't remember that word - life - 08 June 2009 - New Scientist

Why your brain just can't remember that word - life - 08 June 2009 - New Scientist

Shared via AddThis

New Cleaning Protocol For Future 'Search For Life' Missions

ScienceDaily (2009-06-08) -- Scientists have developed a new cleaning protocol for space hardware, such as the scoops of Mars rovers, which could be used on future "search for life" missions on other planets.

Op zich is dit ook weer te linken aan Leven op Mars verbrand? op Kennislink.nl.

Blogs, leuk, maar het kost te veel tijd...

"Douglas Quenqua reports in the NY Times that according to a 2008 survey only 7.4 million out of the 133 million blogs the company tracks had been updated in the past 120 days meaning that "95 percent of blogs being essentially abandoned, left to lie fallow on the Web, where they become public remnants of a dream — or at least an ambition — unfulfilled." Richard Jalichandra, chief executive of Technorati, said that at any given time there are 7 million to 10 million active blogs on the Internet, but it's probably between 50,000 and 100,000 blogs that are generating most of the page views. "There's a joke within the blogging community that most blogs have an audience of one." Many people who think blogging is a fast path to financial independence also find themselves discouraged. "I did some Craigslist postings to advertise it, and I very quickly got an audience of about 50,000 viewers a month," says Matt Goodman, an advertising executive in Atlanta who had no trouble attracting an audience to his site, Things My Dog Ate, leading to some small advertising deals. "I think I made about $20 from readers clicking on the ads.""

vrijdag 13 maart 2009

Slangachtige robots, handig?

Het blijft natuurlijk onhandig om levende wezens - mensen (?) - van het slagveld te halen en op locatie te verzorgen. Daar zou je liever robots voor gebruiken (waarom gebruikt men dan niet al robots op het slagveld zelf? Of misschien een nog betere vraag: waarom zou je nog een slagveld aanrichten als je toch alleen maar robots gebruikt? Laat je dan niet gewoon zien wie er meer (financieel) uithoudingsvermogen heeft?).
Wat is daar nu voor bedacht? Een slangachtige robot. Dat is namelijk handig, want erg flexibel. De 'slang' kan makkelijk op plekken komen waar een 'normale' robot niet zou kunnen komen. Als de robot wordt uitgerust met allerhande sensoren en instrumenten, kan de robot goed eerste hulp verlenen op het slagveld. Of waar dan ook. Misschien is de slang ook goed inzetbaar op plekken waar men vakantie viert, bergbeklimmen bijvoorbeeld.

Zie ook:


(bron: http://www.technologyreview.com/biomedicine/22045/)

woensdag 12 november 2008

De Kip, de Kam en het Haar

Nee, het is geen sprookje. Het is gewoon wat genetisch onderzoek naar wat wanneer waarvandaan geëvolueerd is.

Zoals wellicht bekend is, hebben alleen zoogdieren (en het vogelbekdier...)
haren. Echter werd er onlangs online in Proceedings of the National Academy of Sciences duidelijk gemaakt dat genen die coderen voor de basis van haarbouwproteïnen ook in reptielen en vogels voorkomen. Deze ontdekkingen zouden wel eens het scenario voor de evolutie van haar kunnen gaan herschrijven, aldus de schrijvers van het artikel.

Mogelijk is het ook bekend bij de lezer dat voor onze bio building blocks aminozuren onmisbaar zijn. Keratine, een van de bestanddelen van onder andere haar en de opperhuid (epidermis), heeft vele verschillende varianten, waaronder het zogenaamde haar-keratine (dit is waar de stam van de haar uit opgebouwd is). Dit haar-keratine-gen is uniek voor zoogdieren, echter is zeer vergelijkbaar met het gen wat codeert voor klauwen en huid van vogels en sommige reptielen.

Hieruit zou geconludeerd kunnen worden dat de gemeenschappelijke voorouder van zoogdieren, reptielen en vogels een keratinesoort gecodeerd heeft, waaruit later bij zoogdieren een heel ander iets voortkwam dan bij vogles en reptielen. Nu blijft de vraag staan waar de haarfolikel vandaan komt, want dit onderdeel is bij vogels en reptielen afwezig.

Het Iberisch Schiereiland draaide in korte tijd 35 graden

Tijdens het Aptiën, een periode van ongeveer 121 tot 112 miljoen jaar geleden, draaide het tegenwoordige Spanje en Portugal zo'n 35 graden tegen de wijzers van de klok in, waardoor de Golf van Biskaje ontstond. Tevens was het tijdsbestek waarin Spanje roteerde, heel erg kort, namelijk maar zo'n 9 miljoen jaar. In de eerste paar miljoen jaar roteerde het land sneller, want de ondergrond was nog relatief warm en door de afkoeling vertraagde de draaiing ook.

In tegenstelling tot wat altijd gedacht werd, ontstonden hierdoor niet de Pyreneeën, want het draaipunt lag ten oosten van het Organyà Bekken. De Pyreneeën konden pas ontstaan nadat Iberië een flinke oostwaartse beweging maakte en daarna met een noordwaartse beweging de Pyereneeën vormde.

Belangrijk aan dit onderzoek is, dat de ontstaansgeschiedenis van de Pyreneeën en de hier gelegen bekkens beter te plaatsen zijn.

(Bron: Universiteit Utrecht)

dinsdag 8 juli 2008

Honderd jaar Leiden koudste plaats op aarde

Honderd jaar geleden slaagde Heike Kamerlingh Onnes er als eerste in heliumgas vloeibaar te maken. Leiden werd daarmee de koudste plaats op aarde. Donderdag 10 juli wordt met de onthulling van een borstbeeld en de opening van verschillende tentoonstellingen hierbij uitgebreid stil gestaan. 

Foto: Gerrit Jan Flim (links) en Heike Kamerlingh Onnes bij de installatie voor vloeibaar helium. Foto Leiden Institute of Physics.

Koudste plekje
Vrijdag 10 juli 1908 was een zeer middelmatige zomerdag. Het kwik kwam in De Bilt die dag niet boven de 21 graden en het egaal grijze wolkendek zal zich ook wel uitgestrekt hebben tot boven Leiden. Alles bij elkaar was het weerbericht geheel vergelijkbaar met dat van precies 100 jaar later. Aan de andere kant deed het er eigenlijk niet zo veel toe hoe koud of warm het werd. Leiden had die dag in ieder geval toch het koudste plekje dat er ooit op aarde geweest was: in het laboratorium van Heike Kamerlingh Onnes aan de Steenschuur.
Van der Waals

Kamerlingh Onnes was al sinds 1882 deelnemer aan de internationale race om de koudste temperatuur op aarde te bereiken. ‘Zijn koudeonderzoek was geen doel op zich, maar een middel om een wetenschappelijk programma dat hij had opgesteld, uit te kunnen voeren’, vertelt Dirk van Delft, hoogleraar Materieel erfgoed van de Natuurwetenschappen en directeur van Museum Boerhaave. ‘En hij was daar vanaf zijn aanstelling in Leiden onmiddellijk mee begonnen. Hij wilde de theorie van Johannes Diderik van der Waals toetsen.’ Van der Waals was in 1877 in Leiden gepromoveerd op zijn beroemd geworden verhandeling Over de continuiteit van den gas- en vloeistoftoestand. 
  
Gecontroleerde manier
Van Delft: ‘Wil je de overgang van vloeistof naar gas waarnemen en onderzoeken, dan moet je dat gas wel eerst vloeibaar zien te maken. Bovendien werk je als fysicus het liefst met eenvoudige stoffen, dus geen organische of chemische verbinding met vele soorten atomen, maar iets simpels als zuurstof of stikstof. Juist gassen bestaande uit eenvoudige moleculen worden pas bij extreem lage temperaturen vloeibaar. De overgangstemperatuur van zuurstof (-183º C) en stikstof (-196º C) was al sinds 1877 bekend. Het was voor Kamerlingh Onnes dus niet meer de sport om die gassen vloeibaar te krijgen, maar wel in grote hoeveelheden op een gecontroleerde manier, zodat je er experimenten mee kon doen.’
Joule-Thomsonkoeling
Later kwam ook waterstof (-253º C) in beeld als kandidaat om vloeibaar gemaakt te worden. Dat werd mogelijk met de zogenoemde Joule-Thomsonkoeling die in 1895 werkbaar werd. ‘De Joule-Thomsonkoeling werkt volgens het omgekeerde principe van een fietspomp’, vertelt Peter Kes, hoogleraar Experimentele natuurkunde. ‘Als je een band oppompt worden door het samenpersen van de lucht de slang en het ventiel heet. Als je nu een gas dat eerst onder hoge druk is gebracht, laat uitzetten, wordt het juist heel koud.’ Kamerlingh Onnes bouwde in het laboratorium aan de Steenschuur een fabriek waarmee volgens dit principe gassen steeds kouder gemaakt konden worden.

Absolute nulpunt
In hetzelfde jaar van de Joule-Thomsonkoeling werd voor het eerst helium op aarde aangetoond. Helium is het gas dat Kamerlingh Onnes op 10 juli 1908 met succes vloeibaar maakte. Helium heeft van alle elementen het laagste kookpunt, 4,2 Kelvin, dus ruim vier graden boven het absolute nulpunt (-273,15º C). Van Delft: ‘Kamerlingh Onnes’ doel was niet zozeer om het absolute nulpunt te bereiken, maar om stap voor stap al de gassen vloeibaar te krijgen, die hij voor zijn onderzoek wilde gebruiken. Helium was voor hem koelmiddel en onderzoeksstof tegelijk. Hij wilde de wet van de overeenstemmende toestanden van Van der Waals controleren. En hij wilde zien welke afwijkingen er eventueel optraden en aan de hand van die afwijkingen de wetten bijstellen en iets over de structuur van moleculen en hun onderlinge aantrekkingskracht te weten te komen.’

Spiraalbuis
In het apparaat van Kamerlingh Onnes liep het heliumgas door een spiraalbuis. Aan het eind van de kringloop kwam het uiteindelijk bij een soort prop uit, waar het onder hoge druk doorheen ging en expandeerde. Van Delft: ‘Dan koelt het dus een beetje af en de volgende ronde koelt het weer een beetje meer af. Als je dat maar steeds herhaalt, zakt de temperatuur naar steeds lagere waarden. Van belang daarbij is de kritische temperatuur. Die is voor ieder gas verschillend. Je moet beneden de kritische temperatuur zitten om het vloeibaar te kunnen krijgen.’ Kes: ‘De temperatuur van vloeibaar helium is 4,2 K(elvin) bij een druk van één atmosfeer. Als je die druk verlaagt door de heliumdamp weg te pompen, wordt het op zijn koudst 1,5 K. Kamerlingh Onnes haalde honderd jaar geleden 1,8 K.’

Supergeleiding
Toen Kamerlingh Onnes eenmaal vloeibaar helium had, wilde hij het ook kunnen gebruiken voor zijn experimenten. Daarvoor moest hij het zien over te hevelen naar een apart vat, met voldoende ruimte om er een te onderzoeken preparaat in te hangen. ‘Dat lukte hem in 1911’, zegt Kes. ‘Kort daarna heeft hij in een dun glazen buisje gevuld met bevroren kwik supergeleiding – het wegvallen van de elektrische weerstand in een metaal beneden een voor dat metaal karakteristieke temperatuur – ontdekt.’ De principes van de koeling met vloeibaar helium en supergeleiding worden tegenwoordig veelvuldig toegepast in onder andere MRI-scanners. Door de supergeleiding produceren de enorme elektromagneten in dat apparaat geen warmte, zodat ze kunnen worden gebruikt bij het scannen van levend weefsel.  
  
Sluitstuk
Van Delft: ‘Het vloeibaar maken van helium in 1908 was het sluitstuk van een strak doordachte en met heel veel organisatietalent doorgevoerde megaoperatie. Het stichten van de instrumentmakerschool die technische ondersteuning bood, al die activiteiten om geld los te peuteren: Kamerlingh Onnes was behalve een goed fysicus ook een uitstekend organisator. Allemaal met het doel de koudefabriek te bouwen en helium vloeibaar te maken. Toen hij dat allemaal achter de rug had, kwam de supergeleiding als een geschenk uit de hemel vallen. Enerzijds dat grote planmatige en anderzijds het doen van een totaal onverwachte ontdekking.’

Stapjes
Honderd jaar na Kamerlingh Onnes’ succes doet Leiden nog steeds mee in de race om de laagste temperatuur te bereiken. Alleen gaat het nu niet meer om stappen van hele graden Kelvin, maar om stapjes van milli- en micrograden. Kes: ‘We streven ernaar om het onderzoek de richting op te buigen dat je koude echt nodig hebt om nieuwe fenomenen te onderzoeken.’ Dirk Bouwmeester koelt met een optische methode microspiegeltjes en wil daarbij een zo laag mogelijke uitgangstemperatuur bereiken, terwijl Tjerk Oosterkamp wil gaan onderzoeken hoe eiwitten in een membraan gevouwen zitten. Om de plaats van alle moleculen te kunnen bepalen moet hij zijn experiment ook bij hele lage temperatuur uitvoeren, bij 0,1 milligraad.

(Bron: persbericht Universiteit Leiden)

Tijdens het opruimen van mijn mailbox kwam ik dit persbericht tegen. Het is in het licht van de LHC die binnenkort gestart wordt (10 september) een gedenkwaardig bericht, aangezien men bij het Cern de magneten in de deeltjesversneller afkoelt tot 1,9 Kelvin (-271,1 graden Celcius) zodat de magneten supergeleidend worden. 

maandag 16 juni 2008

Mars - Phoenix

De Phoenix is op Mars druk bezig met bodemonderzoek. Dat ondanks al het testen van te voren, toch niet alles helemaal vlekkeloos verloopt, blijkt dan maar weer.

Wat gebeurde er? Een robotarm moest Mars grond in een oven zien te krijgen. Dit zou vrij simpel moeten zijn: de robotarm schept grond op, leegt het schepje boven het klepje wat open schuift en een paar korreltjes Marsgrond in de oven laat vallen, waarna het klepje dicht gaat en de oven zijn werk gaat doen.

Helaas, de grond van Mars blijkt een stuk plakkeriger te zijn dan men dacht. De TEGA (Thermal and Evolved Gas Analyzer) bleef steken. Althans, het klepje. Na enkele keren heen en weer gegaan te zijn bleef de boel steken. Gelukkig is het uiteindelijk goed gekomen en zit er Marsgrond in een oventje.

Dit oventje gaat dan op hoge temperatuur de grond verhitten, waardoor bepaalde stoffen zullen verdampen en er gemeten kan worden of er water in gebonden vorm aanwezig is en andere zaken, zoals kooldioxid, mineralen en andere organische stoffen, zoals methaan. Dit gebeurt met een spectrum analyse

(Bron: NASA)

Grootste en langste koffiestudie ooit


Een stevige bak koffie kan soms als redder in nood voelen. Nu blijkt uit een van de langstlopende studies rond koffiedrinken dat het je levensverwachting wel eens zeer positief zou kunnen beïnvloeden, tenminste als je er genoeg van drinkt.

De studie nam zo'n 20 jaar in beslag en in totaal werden er 129.000 mannen en vrouwen gevolgd. Het blijkt dat bij consumptie van meerdere koppen (lees: vijf tot zeven) per dag de kans op hartziekten significant afneemt (denk dan aan: hartaanvallen, ritmestoornissen of beroertes). Er is overigens wel een groot verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen hebben 34% minder kans op hartfalen terwijl mannen wel 44% minder kans krijgen.

De studie staaft de hypothese dat koffie hartfalen kan remmen, misschien doordat het ontstekingsreacties aan het begin van de ziekte remt of helpt te overwinnen.

Het is echter te vroeg om te gaan juichen voordat er verklaard wordt dat het goed is om vijf tot zeven koppen per dag te drinken. Daar is toch weer meer en gerichter onderzoek voor nodig.

Men vermoedt echter en soort ontstekingsremmer in koffie. Toch blijft het zo dat veel cafeïne niet goed is voor de bloeddruk op korte termijn.

(Bron: New Scientist)

woensdag 21 mei 2008

De dampkring van HD 209458 b gezien vanaf de aarde

We hebben het hier niet over de nieuwste High Definition tv, maar over een planeet die zijn baantjes draait rond ster HD 209458. De planeet die rond deze Zon-achtige ster heen draait heeft een atmosfeer en deze atmosfeer is gezien vanaf het aardoppervlak door Leidse sterrenkundigen.

Men deed de onderzoekingen met de Japanse Subaru-telescoop die te vinden is op het eiland Hawaii. Waarom is dit dan zo belangrijk? De Hubble-telescoop in de ruimte kan dat toch ook allemaal zien? Dat klopt inderdaad, alleen is de Huble-telescoop best klein in vergelijking met wat we op Aarde kunnen bouwen, alleen hebben we hier op de grond altijd last van die onhandige atmosfeer en alle verstrooiing en verstoring van dien.

De ontdekking dat een goede meting gedaan kon worden vanaf het aardoppervlak schept vele nieuwe mogelijkheden. Maar hoe deed men dat dan? Men paste een techniek toe die absorptie spectrografie heet. Men meet dan welke straling in het 150 jaar eerder uitgezonden licht niet gemeten wordt, in dit geval die van natriumatomen.

(Bron: Universiteit Leiden)

Wat nou als een vliegtuig zichzelf kon repareren…

Zo ver zijn we helaas nog niet. Men is een oplossing voor dit probleem wel op het spoor en afgekeken van de natuur natuurlijk.

De techniek is simpel: als er een klein gaatje of een scheurtje verschijnt, dan ‘bloed’ er als het ware epoxy-hars naartoe via ingebedde vaten. Zo wordt het gaatje of scheurtje gerepareerd. Als er dan ook nog een verfstof doorheen gemixt wordt, dan is de plaats van de scheur nog makkelijk terug te vinden ook en kan men eventuele grotere reparaties uitvoeren.

Deze simpele techniek, die vergelijkbaar is met hoe bij onszelf schrammen en sneetjes geheeld worden, kan mogelijk overal waar vezelversterkte polymeerstructuren (FRP) gebruikt worden, worden toegepast.

Dit klinkt allemaal vrij simpel, maar waarom blijft de kunsthars vloeibaar? De hardener en de hars zijn van elkaar gescheiden. Als de vezels bereken, lekken de hars en de hardener naar de plaats van de scheur toe, mengen daar en harden uit. Volgens de huidige onderzoekingen zou het materiaal 80 tot 90% van de sterkte terugkrijgen.

Het toevoegen van structuren van vaten aan door de mens gemaakte structuren geeft natuurlijk al snel het gevoel dat er cylon-achtige machines aankomen. Men is inderdaad al bezig met structuren waarbij het vatenstelsel continue stroomt en er dus een constante stroom is van vers reparatiemateriaal.

(Bron: Engineering and Physical Sciences Research Council)